FAQ

Al jouw vragen en antwoorden op een rijtje.

Wel een vraag, maar niet het antwoord kunnen vinden? Stel hem via ons vragenformulier.

Hypotheken

Hieronder vind je alle vragen met betrekking tot het thema hypotheken.

Een hypotheek is een zekerheidsrecht. Je leent een bedrag en geeft het huis als zekerheid aan de bank. In de praktijk wordt met hypotheek een hypotheeklening bedoeld. Een lening die je nodig hebt om het huis te kunnen kopen.

Koop je een huis met een hypotheek dan is het huis onderpand van de hypotheek. Kun je de hypotheeklening niet terugbetalen dan kan het huis door de bank worden verkocht.

Sluit je een hypotheeklening af bij een bank dan ben jij de hypotheekgever. Als lener geef je het onderpand aan de bank. De bank is de hypotheeknemer. Heb je de lening volledig afgelost dan ben je volledig eigenaar van de woning.

Je hebt een bedrag geleend bij een bank. Daarvoor wil de bank een rente ontvangen. De lening moet echter ook worden afgelost. Je betaalt dus elke maand aan de bank rente en aflossing. De meeste hypotheekleningen hebben een lopen 30 jaar. Na 30 jaar is de hypotheeklening afgelost en het huis van jou.

Tot 2013 mocht je aflossen door te sparen of beleggen. Sluit je nu een hypotheeklening af dan moet je annuïtair of lineair aflossen. Tenminste als je gebruik wilt maken van het recht op hypotheekrenteaftrek (fiscaal voordeel).

Bij een annuïteitenlening betaal je (meestal) elke maand een vast bedrag aan de bank. Dit vaste bedrag noemen we de annuïteit. In dit bedrag zitten rente en aflossing. Elke maand daalt de schuld omdat je hebt afgelost. Als de schuld daalt hoef je minder rente te betalen en is er meer ruimte voor aflossing.

Stel je betaalt elke maand aan de bank een vast bedrag van € 1.000,-. In het begin zul je veel rente betalen (de schuld is hoog) en weinig aflossen. Aan het einde van de looptijd betaal je weinig rente (de schuld is laag) en is er veel ruimte voor aflossing.

Bij lineaire aflossing is het bedrag dat je aflost steeds gelijk. Door de aflossing daalt de schuld en daarom wordt de rente gedurende de looptijd lager.

Stel je leent € 300.000,- en de looptijd is 30 jaar. Dan is de aflossing elk jaar € 10.000,-. De rente is in de beginperiode hoog (schuld is hoog) en aan het einde van de looptijd laag (schuld is laag).

Omdat je bij een lineaire lening vanaf het begin veel aflost zijn de maandelijkse lasten in die beginperiode hoger dan bij een annuïteitenlening. Ongeveer op de helft van de looptijd ben je voordeliger uit met lineaire aflossing.

Betaal je rente over je hypotheeklening dan is die rente onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar. Je trekt de hypotheekrente af van je inkomen en bespaart belasting.

Een belangrijke voorwaarde sinds 1 januari 2013 is dat je aflost. Er zijn oude leningen waarbij niet wordt afgelost (aflossingsvrije leningen). Je betaalt dan alleen rente en lost niets af. Onder voorwaarden mag de rente over die oude aflossingsvrije leningen toch in aftrek worden gebracht.

Wil je meer weten over fiscaal voordeel en de eigen woning? Kijk dan op www.belastingdienst.nl.

De overheid stimuleert aflossen met het recht op hypotheekrenteaftrek zodat de hypotheekschuld van alle Nederlanders niet te hoog wordt.

De bank kijkt naar het inkomen van jou en (eventueel) je partner. Is dit voldoende om de maandelijkse lasten te betalen? Denk daarbij ook aan verzekeringen, onderhoud, inrichting van je woning etc.

Maar de waarde van de gekochte woning is ook belangrijk. Koop je voor € 350.000,- een woning dan mag je (ook al is het inkomen voldoende) niet meer lenen dan € 350.000,-.

Heb je een vast contract dan wordt het inkomen meestal volledig meegenomen door de bank. Heb je een tijdelijk contract maar na dit contract een vast contract dan telt het inkomen ook mee. De werkgever moet dan een werkgeversverklaring afgeven (daarop worden de gegevens van jou en het inkomen weergegeven) en een ‘intentieverklaring’. Die verklaring houdt in dat de werkgever de intentie heeft je bij gelijke omstandigheden een contract voor onbepaalde tijd aan te bieden.

Heb je geen zicht op een vast contract dan zijn er enkele alternatieven (bijv. uitgaan van het gemiddelde inkomen over de laatste drie jaren) maar elke bank heeft wat dit betreft zijn eigen acceptatiecriteria.

Ben je ZZP-er of zelfstandig? Dan wordt meestal gevraagd om de jaarrekeningen en belastingaangiften over de laatste drie jaren. Ook hier zijn weer uitzonderingen op.

Koop je een woning dan moet je de koopsom (de prijs van de woning) betalen. Je betaalt vervolgens 2% overdrachtsbelasting (dit is voor de Nederlandse staat). Ben je nog geen 35 jaar dan heb je eenmalig recht op vrijstelling van overdrachtsbelasting. Is een van de kopers ouder dan 35 jaar dan betaal je (samen) 1%.

De woning moet worden ingeschreven in het Kadaster (bewijs dat het huis van jou is). De notaris doet dit en stelt daarvoor een leveringsakte op. Ook de hypotheeklening wordt vastgelegd in een hypotheekakte. De notaris vraagt voor deze handelingen een vergoeding. Koop je een nieuwbouwwoning dan is alleen een hypotheekakte nodig.

Bij een bestaande woning wil de bank graag weten wat het huis waard is. Een erkende taxateur bepaalt de waarde.

Meestal betaal je aan de bank of aan de hypotheekadviseur een vast bedrag voor advies en bemiddeling. Sommige adviseurs vragen daarnaast een maandelijks bedrag (abonnement). Vraag goed na wat zij ervoor doen en of het nodig is.

Er kunnen meer kosten zijn. Zoals kosten NHG (zie hierna). De bank of adviseur kan dit voor je in kaart brengen.

Let op: De kosten die betrekking hebben op de lening die je bij de bank moet afsluiten zijn meestal eenmalig fiscaal aftrekbaar. Koop je in 2024 een huis dan doe je voorjaar 2025 belastingaangifte en geef je deze kosten op.

Nationale Hypotheek Garantie (kortweg NHG) is een vangnet voor het geval je de hypotheek niet meer kunt betalen in geval van bijvoorbeeld werkloosheid, het overlijden van je partner en bij relatiebeëindiging. De koopsom van de woning mag (in 2024) niet meer bedragen dan € 435.000,-. Neem je energiebesparende maatregelen dan mag je zelfs tot € 461.100,- lenen.

NHG helpt je bij ingrijpende persoonlijke veranderingen maar levert ook bijna altijd een rentevoordeel op. Kijk maar eens op de vele sites met rentetabellen. In de linker kolom staan de rentes met NHG en die kunnen veel gunstiger zijn dan leningen zonder NHG.

NHG vraagt 0,60% over de lening voor hun garantie. Koop je een woning voor € 400.000,- dan zij de kosten NHG € 2.400,-.

Voor meer informatie over NHG kijk op hun site: www.nhg.nl.

Een starterslening is een aanvullende lening op de hypotheeklening bij de bank. Het is een extra lening waarbij je de eerste drie jaren geen rente en aflossing hoeft te betalen (het is wat ingewikkelder maar per saldo heb je geen lasten in die periode van drie jaar). Belangrijk is dat de gemeente waarin je koopt meedoet aan de regeling.

Elke gemeente heeft zijn eigen voorwaarden. De SVN voert de starterslening voor de gemeentes uit. Kijk op www.svn.nl voor meer informatie of op de site van de gemeente (meestal onder het kopje ‘wonen’).

Een energielabel laat zien hoe zuinig je huis is. Bij aankoop van een huis ontvang je het energielabel dat bij de woning hoort. Het label kan lopen van A (zeer laag energieverbruik) tot G (zeer hoog energieverbruik). Zie www.energielabel.nl voor uitgebreide informatie.

De overheid stimuleert maatregelen die je neemt om je huis energiezuiniger te maken. Verschillende vormen van isolatie, hoog rendement glas, warmtepompen, zonnepanelen etc.

Je mag hiervoor soms extra lenen of tegen gunstige rentes lenen. Bekijk bij de aankoop van je nieuwe woning welke energiebesparende maatregelen er als zijn en welke je nog wilt uitvoeren. Neem dit mee in je gesprek met je adviseur.

De regel is dat je schulden mag hebben naast je hypotheeklening als je de totale lasten op basis van je inkomen kunt betalen. Een studieschuld telt daarbij minder zwaar dan een doorlopend krediet of een private lease. Maar elke schuld (ook een abonnement op je mobieltje) verlaagt het maximale bedrag dat je kunt lenen.

De meest schulden zijn geregistreerd bij het BKR in Tiel (kijk op www.bkr.nl). De studieschuld niet. Je bent verplicht de studieschuld door te geven aan de bank. En de bank of adviseur moet rekening houden met deze schuld. Het is belangrijk dat je dit doorgeeft om problemen in de toekomst te voorkomen.

Heb je een huis gekocht dan krijg je van de verkopende partij een koopovereenkomst. In die koopovereenkomst staan belangrijke afspraken zoals gegevens van verkoper(s) en koper(s), gegevens van de woning, de verkoopprijs, de datum van overdracht en de waarborgsom. De waarborgsom is een bedrag dat meestal gelijk is aan 10% van de koopsom. Zie je van de koop af dan kan de verkoper de waarborgsom opeisen. Daarom wordt dit bedrag (of een verzekering die je daarvoor kunt afsluiten: de bankgarantie) overgemaakt naar de notaris waar de overdracht plaatsvindt.

Het is aan te raden ontbindende voorwaarden op te nemen. Stel je krijgt de financiering niet rond dan wil je liever geen 10% van de koopsom betalen. Je kunt als ontbindende voorwaarde opnemen dat je bijvoorbeeld zes weken de tijd krijgt om de hypotheeklening rond te krijgen. Lukt het niet dan kun je zonder ‘boete’ van de koop afzien.

Kredieten

Hieronder vind je alle vragen met betrekking tot het thema kredieten.

Het Bureau Krediet Registratie (BKR) registreert leningen vanaf € 250,- die je hebt afgesloten. Maar ook registreert men of je op tijd rente en aflossing betaalt. Studieschulden en hypotheekleningen zijn niet geregistreerd.

Heb je een betalingsachterstand van meer dan drie maanden dan krijg je een negatieve registratie (een codering). Ook achterstanden m.b.t. de hypotheeklening worden geregistreerd.

Een codering zorgt er in veel gevallen voor dat je voorlopig niets meer kunt lenen. De registratie zelf is geen probleem maar de lening die je hebt afgesloten zorgt ervoor dat je minder extra kunt lenen. En dat is voor een bank inzichtelijk in het BKR.

Kijk op www.bkr.nl voor meer informatie en ook of je lening is geregistreerd.

Bij online aankopen kun je als koper steeds vaker kiezen voor ‘Buy Now, Pay Later’ (BNPL). Je kunt de betaling uitstellen tot 14 of 30 dagen na de levering of in 3 termijnen betalen.

Op het eerste oog lijkt dit aantrekkelijk omdat je eerst je gekochte product kunt bekijken en na tevredenheid betaalt. Maar het is verleidelijk te kiezen voor latere betaling en makkelijker over te gaan tot aankoop van diverse producten.

Ook is er de mogelijkheid tot gespreid betalen. Je hebt dan feitelijk een doorlopend krediet afgesloten met vaak hogere rentes. Aanbieders als Klarna, Tinka, Riverty en Billink  voeren meestal het achteraf betalen uit.

  • Betaal je niet op tijd dan brengt men kosten (gemiddeld € 15,-) in rekening.
  • Betalingsherinneringen worden meestal verstuur per e-mail.
  • Betalingsherinneringen worden meestal niet verstuurd door de webshop waar je iets hebt gekocht.
  • Heb je schulden maak dan geen gebruik van acteraf betalen.
  • Heb je meerdere betalingsherinneringen gehad dan kan men de vordering overdragen aan een incassobureau met als gevolg hoge extra kosten.
  • Telefoonkrediet
  • Roodstand
  • Doorlopend krediet en persoonlijke lening.
  • Private lease, financial lease (huurkoop) en operational lease.
  • Lenen voor duurzame investeringen.
  • Flitskredieten
  • Creditcards
  • etc.

Een flitskrediet is een krediet met een korte looptijd van maximaal drie maanden. Meestal wordt een laag bedrag geleend en een erg hoge (tot 15%) rente berekend.

Bij de meeste banken kun je eenvoudig roodstaan. Je mag dan toch geld opnemen zonder dat je een positief saldo hebt. Soms kan dit handig zijn maar vaak is het onnodig. Banken mogen over deze roodstand de wettelijke maximale kredietvergoeding van 14% rekenen. De meeste banken zitten met hun rente tegen deze grens aan.

Roodstaan is verleidelijk. Door de hoge rentes is het meestal niet verstandig hiervoor te kiezen. Meld je af bij de bank en zet roodstaan uit. Dat is zo te regelen en scheelt je kosten.

Pensioen

Hieronder vind je alle vragen met betrekking tot het thema pensioenen.

Pensioen is inkomen dat je ontvangt als je op een bepaalde leeftijd stopt met werken. Meestal ontvang je pensioen zolang je leeft. Op www.mijnpensioenoverzicht.nl kun je bekijken hoeveel pensioen je hebt opgebouwd. Je kunt op een eenvoudige manier je eigen pensioenrapport downloaden.

  • Via de Algemene Ouderdomswet (AOW). De leeftijd waarop je AOW ingaat wordt 5 jaar van tevoren bekend gemaakt. Ben je geboren op 01-01-1995 dan is de verwachte leeftijd 69 jaar en 6 maanden (01-07-2064). AOW bouw je op als je in de 50 jaar voordat de AOW-uitkering ingaat, in Nederland hebt gewoond. Elk gemist jaar wordt de uitkering gekort met 2%.
  • Via het pensioen dat je opbouwt bij je werkgever. Let op dat niet iedere werkgever een pensioenregeling heeft!
  • Omdat je zelfstandig bent of je werkgever geen of een beperkte pensioenregeling heeft.
  • Door te sparen. Heb je een mooi bedrag gespaard dan heb je de mogelijkheid je pensioeninkomen aan te vullen. Of eerder te stoppen met werken.

Meestal is dit mogelijk maar als je eerder met pensioen gaat dan ontvang je minder omdat de uitkeringen over een langere periode worden uitgesmeerd.

Sinds 1 juli 2023 is de nieuwe Pensioenwet van kracht. Het gaat te ver om de nieuwe Pensioenwet uitgebreid toe te lichten. Maar een belangrijke reden voor de nieuwe wet is dat iedereen een goed pensioen moet kunnen opbouwen, ook de latere generaties.

Als jongere kun je vaak al vanaf je 18e jaar beginnen met pensioensparen. Dit betekent dat je later, wanneer je met pensioen gaat, een inkomen ontvangt voor de rest van je leven. Onzeker is welk bedrag je straks krijgt. Dit is afhankelijk van het rendement dat de pensioenfondsen- en verzekeraars behalen op jouw inleg.

  1. Meer duidelijkheid en een persoonlijker pensioen. Veel deelnemers weten niet wat ze inleggen en hoeveel pensioen ze opbouwen. In de nieuwe pensioenwet staat vast hoeveel geld jij en je werkgever inleggen. Je kunt zien hoeveel je hebt ingelegd. Als je met pensioen gaat dan krijg je elke maand een bedrag uit je gespaarde kapitaal. Voor de rest van je leven.
  1. Het pensioen beweegt mee met de economie. Gaat het goed met Nederland (met de Nederlandse economie) dan kan het pensioen eerder omhoog. Gaat het minder dan kan het ook omlaag gaan.
  1. Het pensioen sluit beter aan bij je loopbaan. Het komt steeds minder vaak voor dat mensen hun hele werkzame leven bij een werkgever werken. Wissel van banen is normaler geworden. In de nieuwe pensioenwet wordt meer rekening gehouden met het wisselen van banen. Je kunt beter zien wat de gevolgen hiervan zijn voor je pensioen.

Voor zelfstandigen zoals zzp’ers zijn er speciale pensioenproducten (men noemt dit ook wel bancaire lijfrente of sparen via een pensioenrekening). Je bepaalt zelf de inleg en bent flexibel. Wil je meer of minder inleggen of tijdelijk stoppen dat is mogelijk.

Er zijn regels voor die je kunt nalezen op diverse websites. Je kunt ook informatie inwinnen bij je bank of financieel adviseur.

Ouderdomspensioen is het pensioen dat je opbouwt bij je werkgever. Dit kan bij een pensioenfonds (zoals het ABP, PFZW, PMT) maar ook bij een pensioenverzekeraar waar je werkgever een contract bij heeft afgesloten.

Nabestaandenpensioen is een financiële regeling die bedoeld is om de partner (partnerpensioen) of kinderen (wezenpensioen) van een overleden persoon te ondersteunen.

Let op: Werk je voor een werkgever en bouw je pensioen op dan ben je meestal verzekerd voor het nabestaandenpensioen. Ben je zelfstandig dan ben je niet meer verzekerd en heeft je partner nergens recht op. Spaar je voor je pensioen vergeet dan niet het overlijdensrisico te verzekeren.

Je partner heeft meestal pas recht op nabestaandenpensioen als hij of zij is aangemeld bij de pensioenuitvoerder. Ben je gehuwd of geregistreerd partner dan geeft de gemeente dit door aan de pensioenuitvoerder. Vraag dit altijd even na en controleer op het pensioenoverzicht of je partner daarop is vermeld.

Ga je samenwonen dan moet je dit meestal zelf doorgeven aan de pensioenuitvoerder. Die vraagt vervolgens om een door de notaris opgestelde samenlevingsovereenkomst.

Let op: Pensioenuitvoerders hebben het recht een nabestaandenuitkering te weigeren als zij niet op de hoogte zijn van het samenwonen. Dit kan zeer vervelende financiële gevolgen hebben.

Het Uniform Pensioenoverzicht (vaak UPO genoemd) is een overzicht waarin staat hoeveel pensioen je hebt opgebouwd. Dit overzicht ontvang je elk jaar voor 1 oktober van het jaar erna. Het UPO 2024 ontvang je dus uiterlijk op 30 september 2025.

In het UPO vind je veel informatie over het pensioen dat je zelf opbouwt (ouderdomspensioen) en waar je nabestaanden recht op hebben bij je overlijden (partner- en wezenpensioen).

Heb je meerdere werkgevers (gehad) kijk dan op www.mijnpensioenoverzicht.nl voor de opbouw bij al je pensioenuitvoerders.

Belastingen

Hieronder vind je alle vragen met betrekking tot het thema belastingen.

Het Nederlandse belastingstelsel is opgebouwd uit verschillende soorten belastingen die door de overheid worden geheven. Enkele van de belangrijkste belastingen zijn:

  • Inkomstenbelasting. Dit is een belasting op het inkomen van zowel werknemers als zelfstandigen. Het systeem is progressief wat betekent dat hogere inkomens in hogere schijven vallen en dus een hoger percentage belasting betalen. Belasting betaal je over drie boxen. Box 1 (werk en woning), box 2 (aanmerkelijk belang) en box 3 (sparen en beleggen).
  • Vennootschapsbelasting. Dit is de belasting die bedrijven betalen over hun winst. De tarieven variëren afhankelijk van de hoogte van de winst.
  • Omzetbelasting (BTW). Dit is een belasting die wordt geheven op de verkoop van goederen en diensten. Er zijn verschillende tarieven zoals het algemene tarief van 21% en verlaagde tarieven van 9% en 0%.
  • Erf- en schenkbelasting. Dit zijn belastingen die geheven worden op erfenissen en schenkingen.

Je betaalt belasting over je inkomen maar hebt ook recht op heffingskortingen. Dit is een korting op de belasting. Voorbeelden zijn de algemene heffingskorting en arbeidskorting (voor werkenden).

TIP: Veel jongeren hebben een bijbaan naast school of studie. Het inkomen is vrij laag. Over dit inkomen betaal je belasting. Je hebt echter ook recht op heffingskortingen. In de praktijk hoef je daardoor tot een inkomen van ca. € 13.000,- per saldo geen belasting te betalen.

Heb je belasting (loonheffing) betaald? Dan is de kans groot dat je dit bedrag kunt terugkrijgen van de belastingdienst. Daarvoor moet je wel aangifte doen. Heb je recht op een teruggaaf dan mag je tot vijf jaar terug aangifte doen.  

In 2025 betaal je over je inkomen tot € 38.441,- (bruto) 35,82% belasting. Is je inkomen hoger dan € 38.441,- en lager dan € 76.817,- dan is de belasting 37,48%. Vanaf € 76.817,- is het tarief 49,50%. 

Is je AOW-pensioen al ingegaan dan gelden er andere tarieven.

Brutoloon is het totale bedrag van je loon. Je werkgever houdt hierover loonbelasting en premies volksverzekeringen in. Wat overblijft is je nettoloon.

Als je een erfenis of schenking krijgt dan moet je vaak erfbelasting betalen. Er zijn ook vrijstellingen. Tot een bepaald bedrag hoef je geen belasting te betalen.

De vrijstelling voor een kind is in 2025 € 25.490,- (geldt ook voor kleinkind) bij een erfenis en € 6.713,- bij een schenking.

Eenmalig mogen ouders aan hun kind tussen 18 en 40 jaar oud een hoger bedrag schenken (€ 32.195,-).

Voor iedereen is er zowel voor erf- als schenkbelasting een vrijstelling van € 2.690,- (2025).

Er zijn twee tarieven. Tot € 154.197,- en vanaf € 154.197,-. Een kind betaalt tot € 154.197,- 10% en daarboven 20%. Een kleinkind betaalt 18% of 36%. En alle overigen betalen 30% of 40%.

Een voorbeeld: Stel je ontvangt als kind een erfenis van € 200.000,-. Je hebt een vrijstelling van € 25.490,-. De belaste verkrijging is € 174.510,-. Over het deel tot € 154.197,- betaal je 10% ofwel € 15.420,-. Over de rest (€ 20.313,-) betaal je 20% ofwel € 4.063,-. In totaal moet je € 19.483,- betalen.

Toeslagen zijn financiële tegemoetkomingen van de overheid die bedoeld zijn om mensen te ondersteunen bij het betalen van bepaalde kosten, zoals zorg, huur of kinderopvang. De belangrijkste toeslagen zijn:

  1. Voor mensen met een laag inkomen om de kosten van de zorgverzekering te verlagen.
  2. Voor huurders met een laag inkomen die in een huurwoning wonen, om de huur betaalbaarder te maken.
  3. Voor ouders die gebruik maken van kinderopvang, om de kosten hiervan te verlagen.
  4. Kindgebonden budget. Voor ouders met kinderen, om de kosten van opvoeding en verzorging te ondersteunen.

De hoogte van de toeslagen is meestal afhankelijk van het inkomen en vermogen (spaargeld). Woon je samen dan kan het inkomen van je partner (dit wordt dan de toeslagpartner genoemd) belangrijk zijn.

Tip: Op www.toeslagen.nl (inloggen via digid) vind je alles over je toeslagen. Controleer regelmatig of de gegevens nog kloppen. De hoogte van je inkomen is vaak erg belangrijk. Pas dit aan na wijzigingen. Het doen van aanpassingen werkt snel en eenvoudig.

Ook kun je op deze site de toeslag aanvragen of stopzetten.